Interview: Keynote spreker Erwin van den Broek – Betrokkenheid is de sleutel

Voor Erwin van den Broek, directeur veiligheid bij Mourik, staat het als een paal boven water: als managers meer betrokkenheid bij veiligheid tonen dan zijn er op de werkvloer minder incidenten. In Europoort Kringen geeft hij uitleg over de veiligheidsaanpak die bij het bedrijf wordt doorgevoerd. Van den Broek is spreker op het Jaarcongres Industriële Veiligheid, volgende maand in Utrecht.

Foto’s: Pierre Crom

Artikel: Europoort Kringen

Je bent directeur veiligheid voor de hele organisatie van Mourik. Is dat niet een heel brede taak?

Erwin van den Broek (Mourik): “Ja, zeker gezien het palet aan activiteiten dat Mourik uitvoert. Als directeur veiligheid werk ik op een ander abstractieniveau dan de veiligheidskundige in het veld. Ik vul het meer verkoepelend in en richt mij op het goed verlopen van de hoofdprocessen. Mijn focus ligt bijvoorbeeld op hoe managers bij veiligheid betrokken zijn en hoe wij incidentonderzoek uitvoeren. Het is interessant om de gehele organisatie daarbij mee te nemen in een verbeterproces. Veiligheid doen we immers samen, iedereen heeft daarbij zijn of haar rol. Het gaat om samen leren en samen verbeteren.”

Je doet dit sinds twee jaar. Waarover ben je het meest tevreden dat is bereikt?
Van den Broek: “In het verleden lag veiligheid vooral bij de HSEQ-afdeling. Nu zie je dat steeds meer managers actief verantwoordelijkheid nemen. Dat is een grote stap vooruit. Een mooi voorbeeld is de jaarlijkse Veiligheidsdag. Die dag is er voor alle medewerkers en draait om één centraal thema. Managers hebben daar een sleutelrol in: zij brengen de boodschap over aan hun teams. Daarom trainen we hen vooraf in de inhoud én in hoe ze het gesprek kunnen voeren. Dat werkt. Je ziet dat er echt eigenaarschap ontstaat. Ik ben ook trots op de invoering van het ‘start-van-het-werk-kaartje’. Het helpt teams om samen de zes stappen te doorlopen voordat het werk begint: wat gaan we doen, wie doet wat en in welke volgorde, én welke risico’s zien we? Iedereen wordt actief betrokken, omdat we onszelf nog weleens overschatten en risico’s onderschatten. Door het gesprek te voeren, krijg je scherpere inzichten. En dat is precies waar het om draait: het team kijkt breder en beter dan het individu. Samen zien we meer, en daardoor werken we veiliger.”

Waarom hebben jullie Erwin gevraagd om op het Jaarcongres Industriële Veiligheid te spreken?
Joop Hermans (Heliview Conferences & Training): “Erwin heeft ons benaderd. Hij vertelde dat ze bij Mourik met iets moois bezig zijn en vroeg of hij daar op het congres over kan vertellen. Veiligheid is een belangrijk onderwerp, ook op managementniveau. Op het congres wordt daar in andere presentaties ook aandacht aan geschonken. Erwin geeft op het congres een kijkje in de keuken bij Mourik en vertelt hoe zij dit aanpakken.”

Van den Broek: “We zijn hier nog lang niet klaar mee. Ik volg de opleiding Management of Safety, Health & Environment (MoSHE) aan de TU Delft. Voor mijn scriptie onderzoek ik hoe je de
veiligheidsbetrokkenheid van managers kan vergroten. Dat is het onderwerp van mijn presentatie op het congres.”

Hermans: “Het is sterk als je laat zien dat je ver bent gekomen, maar dat je er altijd mee bezig blijft. Er is geen finishlijn. Er komen altijd nieuwe mensen, nieuwe technologieën, nieuwe uitdagingen.
Je moet jezelf als organisatie voortdurend blijven verbeteren.” Van den Broek: “Bij Mourik werken bijna alleen maar technisch geschoolde medewerkers. Vaak bekijken zij veiligheid door een technische bril. Als er iets kapot is, repareer je het en daarna werkt het weer. Na een incident is men geneigd een regel aan te passen, waarmee het zou zijn opgelost. Maar daar kom je niet ver mee.
Veiligheid is veel complexer. Het vak valt ook niet in het technische, maar in het sociale domein, dat continu in beweging is.”

Waarom is de betrokkenheid van managers zo belangrijk?
Van den Broek: “In de literatuur is aangetoond dat een grotere veiligheidsbetrokkenheid leidt tot minder incidenten op de werkvloer. Het is de sleutel om op de werkvloer veiliger te werken. Die betrokkenheid en het stimuleren van de dialoog over veiligheid bieden de oplossing om verder te komen. Je moet niet alleen over veiligheid praten als het een keer mis is gegaan.”

Waarom is de betrokkenheid van managers zo belangrijk?
Van den Broek: “In de literatuur is aangetoond dat een grotere veiligheidsbetrokkenheid leidt tot minder incidenten op de werkvloer. Het is de sleutel om op de werkvloer veiliger te werken. Die betrokkenheid en het stimuleren van de dialoog over veiligheid bieden de oplossing om verder te komen. Je moet niet alleen over veiligheid praten als het een keer mis is gegaan.” werkelijkheid niet altijd te vangen. Sterker nog: het strikt volgen van de regels kan ook wel eens tot onveilige situaties leiden.” Hermans: “Erwin, heb je het idee dat managers voorheen de verantwoordelijkheid voor veiligheid naar de HSEQ-afdeling verschoven?”

Van den Broek: “Bij sommigen wel, maar bij een aantal ook niet. Managers hebben nog niet allemaal de intrinsieke behoefte om zich verder in veiligheid te verdiepen en hun kennis van veiligheid
te vergroten. Uit mijn onderzoek blijkt dat veiligheid voor veel managers niets meer inhoudt dan het volgen van regels. De gedragscomponent achter de regels wordt nog onderbelicht.”

Op welke manier proberen jullie managers daarvan te doordringen?
Van den Broek: “Tijdens de Veiligheidsdag van 8 oktober jl. hebben we een rollenspel gedaan waarin managers zelf een incidentonderzoek uitvoerden. Daarmee wilden we hen leren hoe zij als sponsor een actievere rol kunnen spelen: beter begrijpen wat er gebeurt, betere vragen stellen en betrokken zijn bij de verbeteracties. Ze hebben daar veel van opgestoken. Een van de belangrijkste lessen was het loslaten van vooroordelen. Ik heb me daar zelf ook weleens schuldig aan gemaakt. Wanneer er een incidentmelding binnenkomt, denk je soms al te weten wat er is gebeurd. Maar als je met die aannames vragen stelt, vind je alleen wat je verwacht te vinden. Tijdens het rollenspel zagen we dat duidelijk terug: veel managers dachten al een beeld te hebben voordat het onderzoek begon. Een ander leerpunt was dat het niet alleen gaat om de onveilige handeling of gedrag, maar om de context waarin dit is gedaan. Dat laatste is veel interessanter, want als je daarvan leert, kun je omgevingsfactoren aanpassen zodat handelingen of gedrag niet meer voorkomen. Daarnaast moeten we rekening houden met het feit dat wij als mensen redelijk zijn geprogrammeerd, bijvoorbeeld om ons werk af te maken. Al op de kleuterschool kregen wij hiervoor een plaatje van de juf. Stel dat er gereedschap stukgaat bij het uitvoeren van werkzaamheden. Dat kan gebeuren. Om het werk vervolgens af te maken, gaan mensen improviseren, veelal op een manier die niet het meest veilig is. Dan kunnen er twee dingen gebeuren: het gaat goed en je wordt gecomplimenteerd voor het afronden van de klus of het gaat mis en je krijgt de schuld. Als je veel druk legt op het afkrijgen van het werk, gaan mensen vanzelf improviseren. Bij incidentonderzoek moet je dus altijd rekening houden met die menselijke neigingen en met de druk die teams voelen. Alleen dan kom je tot eerlijke inzichten en betere verbetermaatregelen.”

Ik heb in dat verband wel eens gehoord over de theorie van paradoxaal leiderschap. Ken jij die?
Van den Broek: “Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Eigenlijk is veiligheid een paradox, omdat we voortdurend afwegen of de productie of veiligheid voor gaat. Die bijten elkaar wel eens. Zolang we dat blijven oppakken als óf productie óf veiligheid, ga je daar nooit de juiste oplossing in vinden. Je moet het zoeken in én-én. Dat is de theorie van paradoxaal leiderschap. Je leert mensen hoe je die én-én-oplossing kunt vinden, waarbij je zowel voor de productie als voor veiligheid gaat. We denken vaak dat veiligheid vertragend werkt. Je hoort soms verhalen dat mensen vanwege de hoeveelheid regels niet aan werken zeggen toe te komen. Ik geloof dat je automatisch efficiënt werkt als je veilig werkt. Die combinatie is dus zeker mogelijk. Als je bij aanvang van het werk niet goed opstart, krijg je vanzelf conflicten in de uitvoering en gaan er dingen mis. Dat kost allemaal tijd. Met een adequate voorbereiding sta je klaar om een goede en veilige klus te leveren.
Je ziet de paradox ook terug in de tijd die managers aan veiligheid besteden. Soms willen ze bijvoorbeeld nog een offerte afmaken, wat ten koste gaat van de tijd die zij op de werkvloer besteden. Maar een offerte is iets van de korte termijn. Ze denken dat het eerst af moet, terwijl juist die zichtbaarheid op de werkvloer zo belangrijk is. We moeten de oplossing vinden om beide evenveel
aandacht te geven.”

Hermans: “Hoe ziet leiderschap op het gebied van veiligheid voor jou eruit?”

Van den Broek: “Een manager zou zich bezig moeten houden met drie gedragsdimensies binnen veiligheid. Als eerste veiligheid monitoren, het zorgen dat medewerkers zich aan de regels houden en daarover rapporteren en bijsturen. Het tweede is medewerkers inspireren als het om veiligheid gaat. Zorgen voor een goede dialoog en zorgen dat iedereen betrokken is bij veiligheid. Tot slot, het leren van incidenten. Belangrijk is dat een manager de balans vindt tussen deze drie dimensies.”

Welke factoren dragen bij tot bepaald gedrag?
Van den Broek: “Gedrag wordt in de basis bepaald door drie factoren: kennis en capaciteit, gelegenheid en motivatie. Als je wilt dat iemand bepaald gedrag laat zien, moet die persoon eerst begrijpen wáárom dit nodig is. Vervolgens moet er ruimte zijn om het gedrag daadwerkelijk te kunnen vertonen. En uiteindelijk bepaalt motivatie of iemand het ook écht gaat doen. Neem het voorbeeld dat we managers vaker op de werkvloer willen hebben. Dan moeten zij begrijpen waarom dat belangrijk is, ze moeten er tijd voor hebben én ze moeten intrinsiek gemotiveerd zijn om die rol op te pakken. Tijdens het congres ga ik in op de interventiemogelijkheden die gedrag, in dit geval veiligheidsbetrokkenheid, van managers kunnen beïnvloeden. Dat is interessant voor zowel managers als voor de veiligheidskundigen.”

Ben je tevreden over de mate waarin jullie managers betrokkenheid bij veiligheid tonen?
Van den Broek: “Wij begrijpen waar het naartoe moet, maar we zijn er nog niet. Er zal ook nog wel voortschrijdend inzicht zijn, veiligheid staat niet stil. Soms zien we mooie voorbeelden bij opdrachtgevers waar wij ook weer van leren. Onlangs nog waren wij onder de indruk van managementbetrokkenheid bij een opdrachtgever toen daar een incident was gebeurd.”

 

Ben je ooit uitgeleerd als het om veiligheid gaat?
Van den Broek: “Nee, er blijven voortdurend nieuwe inzichten komen. Veiligheid zal zich met de maatschappij moeten mee ontwikkelen. De Z-generatie zit niet zo in elkaar dat ze alleen de regels wil volgen. Deze generatie is minder terughoudend om vragen te stellen.”

Hermans: “Daar heb je zeker een punt. Technologieën en manieren van werken veranderen. Nieuwe uitdagingen ontstaan, zoals cyberveiligheid, waar we tien jaar geleden nog amper over praatten. Als een fabriek door een cyberaanval vastloopt, komen daar veiligheidsuitdagingen bij kijken.”

 

Joop roert cyberveiligheid aan, wat mij op digitalisering brengt. Zijn er digitale tools die de veiligheid helpen te verbeteren?

Van den Broek: “Daar wordt steeds meer om gevraagd, maar we moeten ook met AVG rekening houden. Bij een van onze klanten was een proef waarbij alle medewerkers bij een turnaround een badge kregen. Met behulp van antennes kon precies worden gemonitord wie zich waar in de fabriek bevond. Gaat er iets mis, dan weet je precies waar iemand is en kun je snel hulp bieden. Maar je kunt ook zien hoe lang iemand pauze heeft gehad of hoe vaak hij naar het magazijn loopt, wat een indicator voor inefficiëntie is. Dat grijpt in op onze privacy, je zag ook dat medewerkers bewust de badges in hun lockers lieten liggen. Digitale technieken kunnen dus echt bijdragen aan veiliger werken, maar een goede introductie en aandacht voor privacy zijn daarbij essentieel.” Hermans: “Bij dit soort digitalisering komt ook ethiek om de hoek kijken, wat er bij veiligheid in principe niet toe doet.” Van den Broek: “Ik denk dat de ontwikkeling van veiligheid meer in een ander aspect zit. Veiligheid is begonnen met het veiliger maken van machines. Daarna zijn we gaan kijken naar regels en procedures, en nu sturen wij op gedrag. Dat is iets waarover je niet raakt uitgeleerd. Daar wordt nog steeds onderzoek naar gedaan.”

Veiligheid kent geen finishlijn, zegt Joop. Maar als je toch een stip op de horizon zou moeten zetten, wat zou die voor jou zijn?
Van den Broek: “De grootste stap die we nog kunnen maken, is wanneer wij de extrinsieke motivatie voor veiligheid kunnen omzetten naar een intrinsieke. Extrinsiek is dat het moet omdat het in
het functieprofiel of de regels staat. Maar je moet het willen vanuit het hart en niet vanuit het hoofd. Ik zeg bewust niet te streven naar nul incidenten. Dat had ook een antwoord kunnen zijn, maar daar geloof ikniet in. We kunnen legio incidenten voorkomen, maar ze zullen altijd blijven plaatsvinden. Je kunt niet alles helemaal dichtzetten zodat het nooit meer gebeurt.” Hermans: “Voeren jullie nulmetingen uit naar de intrinsieke motivatie? Zodat je over een paar jaar opnieuw de thermometer erin steekt en conclusies kan trekken?” Van den Broek: “Twee jaar geleden hebben wij vanuit DCMR een enquête gedaan naar hoe medewerkers over veiligheid denken. Als wij die over twee jaar nog eens doen, hoop ik dat er andere antwoorden uitkomen. Het meten van intrinsieke motivatie is natuurlijk complex en minder tastbaar dan bijvoorbeeld incidenten. Als techneuten zijn we gewend dingen kwantitatief te meten, maar gedrag en motivatie laten zich niet eenvoudig in cijfers vangen. Toch is deze nulmeting waardevol: het geeft ons een benchmark en helpt ons te bepalen waar interventies het meeste effect kunnen hebben.”

Wat maakt veiligheid voor jou zo’n interessant onderwerp?
Van den Broek: “Al lang voordat ik directeur veiligheid bij Mourik werd, vond ik veiligheid belangrijk. Als regiodirecteur – mijn andere functie bij Mourik – ben je altijd met mensen bezig. Dat
zijn onze belangrijkste assets. Ik wil snappen waar het vandaan komt als mensen onveilige dingen doen. Ik kan mij nog goed herinneren dat een medewerker met een chemisch product in contact kwam. Bij het openen van een leiding was er een bijtende stof op zijn oor gekomen. Wat denk je dat het eerste was wat hij deed? Normaal gesproken zou je snel naar een nooddouche gaan en de chemicaliën van je afspoelen. Maar hij maakte eerst zijn werk af, want dat was belangrijk. Voor mij was dat een van de eerste triggers om mij in veiligheid te verdiepen. Waarom maak je je eigen gezondheid ondergeschikt aan het werk? Waar komt dat vandaan? Als je dat begrijpt, kun je daar iets voor je medewerkers mee doen.”

Dank jullie beiden voor het gesprek. Is er nog iets wat je tot slot wilt meegeven?
Van den Broek: Blijf met elkaar over veiligheid in gesprek. Een goede dialoog maakt dat we veiliger werken.”